Contextuele Hulpverlening

Je kunt nooit meer geven dan jezelf.

Het contextueel denken (grondlegger Iván Nagy) gaat ervan uit dat je altijd verbonden bent en blijft met jouw directe omgeving, jouw context. Denk aan je ouder(s), broer(s) of zus(sen), vriend(en), collega(’s) of je grootouder(s).
Relaties zorgen voor verbondenheid. Dit is krachtig en uniek. Maar niet alle relaties zijn helpend. Sommige relaties zetten jou in je kracht en andere relaties zijn een zware last.

Door wat er zich afspeelt in jouw leven en hoe je daarmee om gaat, ontstaan er mechanismen. Je gaat op een bepaalde manier om met het leven. Jij beweegt, jij verandert. Omdat je altijd verbonden bent met het gezin en jouw omgeving, verandert dat ook mee.

Wil je verandering, dan zul je eerst in beweging moeten komen. Start je de beweging, dan zal er verandering komen.

Zo kwam Lucy bij mij met het probleem dat zij zo ontzettend moe was en niet meer wist wat zij en haar dochters nodig hadden. Zij wilde alle ballen hooghouden, maar haar jongste dochter maakte zich onzichtbaar en haar oudste dochter was brutaal en opstandig.

Lucy vertelde dat haar man wilde scheiden en elders woont, waarop Lucy besloot om ook te breken met haar schoonfamilie.
Tijdens de sessie besefte Lucy dat deze breuk ervoor zorgde dat er een veilige haven, namelijk oma, niet meer in het leven van haar dochters waren. Er was te veel veranderd voor het gehele gezin en iedereen veranderde mee zonder dat Lucy dit door had.

Zowel Lucy als haar twee dochters kozen een eigen manier om deze veranderingen te overleven omdat zij niet anders konden. Lucy deed haar best om alle ballen hoog te houden en wilde voor iedereen zorgen. Haar jongste dochter wilde haar moeder zo min mogelijk tot last zijn en haar oudste dochter ging juist aandacht vragen. Alle drie creëerde zij hun eigen overlevingsmechanisme.

Kinderen zijn loyaal aan hun vader en moeder, omdat zij hun leven letterlijk aan hen te danken hebben. Daarom willen ze graag iets terugdoen: een baby lacht naar zijn ouders, een schoolgaand kind wil zijn ouders graag plezieren met een goed rapport, of troost bieden als ze verdrietig zijn. Maar als je als kind te veel aan je ouders wilt geven, raakt die balans tussen geven en nemen verstoord.

In het voorbeeld van Lucy, is zowel bij Lucy als haar beide dochters een disbalans ontstaan tussen geven en nemen. Hierdoor zien zij alle drie over het hoofd wat zij zelf willen en nodig hebben.
Bij Lucy is inmiddels een gedragspatroon ontstaan, door voor iedereen te zorgen ten koste van haarzelf. Als het zo ver gaat dat je niet meer precies weet wat je eigen behoeften zijn, of daar nooit om hebt leren vragen, ben je kwijtgeraakt wie je diep van binnen bent.

Dit kan zich uiten in een identiteitscrisis, overspannen zijn of juist het gevoel dat je ‘niet lekker in je vel zit’. Pas als we ons bewust worden van die disbalans tussen geven en nemen, kunnen we ervan herstellen.