Ouders zijn behoedend en gunnend.
Kinderen zijn gevend.
Zie je parentificatie niet als een probleem. Je draagt het mee. Het heeft je gevormd tot wie je nu bent. Het geeft je kwaliteiten weer.
Parentificatie
Elk kind is zichtbaar of onzichtbaar loyaal aan zijn ouders. De relatie tussen ouders en het kind wordt gekenmerkt door een balans van geven en nemen, van rechten en verplichtingen.
Het kan zijn dat die balans uit evenwicht gaat en een kind een volwassen rol op zich gaat nemen wat niet van hem is. Het maakt niet uit of er direct of indirect benoemd is dat het kind de rol op zich moet of gaat nemen. Het kind wordt ergens verantwoordelijk voor wat niet aan hem is.
Hierdoor kan het kind zich als het ‘zorgende kind’, ‘het kind dat klein moet blijven’, ‘het perfecte kind’ of ‘de zondebok’ gaan voelen en zich ernaar gedragen.
– Het zorgende kind –
Het kind komt de zorgbehoeften van de ouders tegemoet. Zoals langdurig en structureel huishoudelijke taken op je nemen als kind, eveneens als het zorgen voor je broers en zussen. Als steun en toeverlaat fungeren voor je vader en/of moeder. Het gevolg is dat het kind meer zorgt draagt voor de ander dan voor zichzelf.
– Het kind dat klein moet blijven –
Sommige ouders vinden het moeilijk om hun kind los te laten. Hiermee verbloemen ze de problemen die tussen henzelf bestaan. Ze klampen zich overdreven vast aan hun zorg rol. Het gevolg is dat het kind de eigen volwassen zelfstandigheid voor zich uit schuift. Het kind neemt als het ware niet de regie over het eigen leven.
– Het perfecte kind –
Het kind probeert de ouders te helpen door te vermijden dat er door het kind problemen komen. Het kind gaat in alles mee en doet zijn best om de verwachtingen van de ouders waar te maken. Gevolg is dat het kind een pleaser kan worden. De pleaser wil de ander iets geven, maar verlangt er vurig naar er iets voor terug te krijgen.
– De zondebok –
Het kind doet er alles aan om ervoor te zorgen dat het gezin niet uit elkaar valt. De spanningen tussen ouders trekken ze naar zichzelf toe. Door juist de bliksemafleider te worden, het zwarte schaap of de zondebok te zijn hopen ze dat het beter wordt en ze het patroon kunnen doorbreken.
Vragen voor jezelf:
Welke rol heb jij als kind gehad?
Welke uitvergroten kwaliteiten in jouw schatkist zorgen ervoor dat jij je rol kon vervullen vroeger en/of nu?
